maandag 10 november 2008

6 Hendrik

Na een lange avond en nacht waarbij Sijmen en Hendrik om beurten de wacht hadden gehouden brak de ochtend aan. Beide mannen zagen grauw van vermoeidheid. Ze hadden het gevoel dat ze voor niets ongerust waren geweest. Rie had de hele nacht doorgeslapen. Pas toen Hendrik de deur opendeed om wat frisse lucht binnen te laten deed Rie haar ogen open. Ze kreunde en greep naar haar hoofd. Haar ogen waren rood en waterig. ‘Sijmen wat doe jij hier?’ vroeg ze verbaasd. Ze klom uit het bed en greep opnieuw naar haar hoofd. ‘Oh’ kreunde ze, ‘ik krijg in dit smerige huis altijd koppijn. Waarom heb ik niet bij pa en ma geslapen, daar was ik toch?’ Wat doe ik hier?
Sijmen stond op en ging vlak voor haar staan en keek haar met vlammende ogen aan. Hij prikte met zijn wijsvinger hard op haar borst waardoor ze weer op het bed viel.
‘Ik schaam me dood dat jij mijn zuster bent. Je moest je ogen uit je hoofd schamen. Ik zag je gisteravond stomdronken op straat liggen, in je eigen kots. Hendrik kreeg je nauwelijks naar huis.
Ik heb hem maar een handje geholpen. Jij bent die man niet waard. Hij werkt zich kapot en jij zit maar te zuipen, moet je zien hoe je eruit ziet. Greet heeft je doek en schort meegenomen om schoon te maken. Ze heeft Hendrik eten gegeven want jij was er weer eens niet. Wat ben jij eigenlijk voor vrouw? Eerst zat je te jeremiëren dat je een vent wilde en nu heb je er een, en een goeie ook, maar jij zwalkt maar over straat om maar aan je Schiedammertje te komen en je sleept pa en moe mee in je dwang naar drank. Moet je het hier eens zien het is een smerige bende, zelf aan je eigen huis doe je geen moer. En Henk maar werken voor mevrouw, en jij maar zeiken en zeuren. Godzijdank hoef ik je binnenkort niet meer te zien.
‘Nou, lekkere vent mijn Henk, sneerde Rie, na twee stappen denk je dat hij dood neervalt. Hij kan niets en wat heb hij aan al z’n geleerdheid uit die mooie boeken. Meneer kan schrijven en lezen en rekenen maar daarmee hebben we evengoed niets te vreten.
‘Als jij niet zo zoop, dan had je meer te vreten, lui kreng, je weet niet eens wat werken is. Henk moet zelfs z’n eigen kleren verstellen, daar ben je ook nog te beroerd voor. Sijmen spuugde voor haar voeten op de grond. Ben ik even blij dat ik niet met jou getrouwd ben!.
Rie sprong van het bed en wilde Sijmen een klap geven maar Sijmen was sneller en duwde haar opzij, ze klapte tegen de muur en begon te krijsen.
Hendrik sloeg haar midden in haar gezicht. Rie dit is de eerste keer dat ik je een optater geef maar je hebt hem al veel eerder verdient. En nu hou je je smoel, ga zitten en luister en waag het niet weer een grote bek op te zetten want dan sla ik weer en weer en weer tot je je grote ordinaire bek houdt. Zitten! Nu! Gebiedend wees hij naar de kruk.
Van verbazing hield Rie inderdaad haar mond, dit was voor het eerst dat Hendrik zo tegen haar tekeer ging. Hendrik vertelde haar dat ze die ochtend naar Assenhoff zouden gaan omdat ze eindelijk toestemming hadden gekregen om naar de kolonie te gaan. Hij vertelde haar alle informatie die hij gekregen had en als ze het waagde om bij Assenhoff haar grote scheur open te trekken en de boel te verpesten dan kon ze oprotten dan wilde hij haar nooit meer zien. Dit was haar laatste kans en die moest ze maar grijpen. Zo’n viswijf als zij wilde geen enkele kerel hebben. Het was dus alles of niets.
Sijmen pakte haar pols stevig beet en trok haar naar zich toe, zijn gezicht was vlak bij de hare. Vol walging rook hij de zure lucht uit haar mond. ‘Rie ik wil je dit even goed duidelijk maken… Als jij daar niet je fatsoen houdt dan ben je bij ons ook niet meer welkom. Geen gebedel om geld meer, geen gezanik om eten, geen gezeur meer. De deur blijft potdicht, hoe hard je ook schreeuwt, ik ben je meer dan zat, begrepen?
Rie knikte, haar hoofd bonkte en haar maag kneep samen, ze had honger en dorst. Ze stond op, duwde Sijmen opzij en liep naar buiten met een kroes, doopte die in de emmer met regenwater en dronk de beker gulzig leeg. Ze hijgde, kermde en kreunde.
‘Mijn eigen broer, mijn Sijmen, stuurt me weg. Moet ik naar zo’n Godverlaten oord, nooit meer pa en ma zien, nooit meer opoe, huilde ze. M’n man is gek geworden. Moet je hem nou zien staan die slemiel. Denkt dat ie land kan bewerken. Maar meneer gaat en ik heb maar mee te gaan. Wacht maar, je zal het weten! Dreigde ze. Jij ligt zo onder de zoden met dat sukkelige lijf van je en dan ben ik gelijk weer thuis. Maar in de tussentijd zal je spijt hebben dat je gegaan bent, dan kan je niet meer zeiken tegen m’n broer, daar zit je helemaal alleen met mij opgescheept, daar zal je blij mee zijn!
Henk snauwde ‘Er komen twee kinderen bij ons wonen. Een jongen en een meisje dus zo alleen ben ik daar niet. God verdult Rie, je hebt me nu al genoeg kapot gemaakt maar dit laat ik me niet door jou afnemen, begrepen! ‘
Rie lachte schamper, ‘welja, ook twee kinderen erbij, en wie mag dan het werk doen? Rie natuurlijk.
‘Alsof jij weet wat werken is, die kinderen zullen het jou moeten leren’, sneerde Sijmen. ‘Je kan net een brood snijden en daar hebben we het wel mee gehad. Je zal dat luie lijf van je daar in beweging moeten zetten liefie. Geen pappie en mammie meer in de buurt die alles wel goed vinden, het zal je goed doen, lui kreng.
Maar kom op Rie, we gaan je kleren halen, Hendrik ik heb nog wel een jas voor je, dit kan niet meer. Hij wees op het gat. Ik loop straks met jullie mee, dan kan m’n lieve zussie niets uitvreten onderweg.

Bij Sijmen en Greetje thuis nam Greet Rie goed onder handen. Ze waste haar haar en gezicht. Ze kamde net zo lang tot alle klitten er uit waren . Rie mopperde dat niemand haar haar zou zien onder de muts maar Greet liet zich niet van de wijs brengen. Stug ging ze door met Rie te fatsoeneren. Met een scherp stokje peuterde ze tussen de tanden van Rie om de etensresten weg te halen. Ze liet Rie goed met water spoelen in de hoop dat de stank uit haar mond zou verminderen. Daarna gaf ze haar het schone schort en haar eigen omslagdoek. De doek van Rie was nog niet droog ondanks dat het de hele nacht aan de lijn boven het smeulende vuur had gehangen. Ook kreeg ze van Rie een fatsoenlijke muts. Het was een heel andere vrouw die daar stond.
Met een diepe zucht ging Rie naar buiten tussen de twee mannen in. Sijmen hield haar stevig bij haar arm vast. Hij kende Rie door en door en wist welke streken ze kon uithalen. Hij waarschuwde haar keer op keer dat ze zich netjes moest gedragen bij Assenhoff.
Toen ze aankwamen bij het grote gebouw waar ook het kantoor van Assenhoff in gevestigd was bleef Sijmen staan en gaf Rie nog een laatste waarschuwing. Nu was het erop of eronder.
Ze werden aangediend en Rie vergaapte zich aan de luxe en het gebouw. Er lag een dik tapijt in de grote hal, de deuren hadden prachtige, bewerkte panelen en het was er zo stil. Je hoorde alleen de grote staande klok tikken. Heel wat anders dan het eeuwige lawaai in hun straat en kelder.
Assenhoff stond op toen ze binnenkwamen en begroette beide mensen vriendelijk en wees naar de stoelen waar ze plaats op konden nemen. Assenhoff was slim en behandelde Rie alsof ze de mooiste vrouw van de wereld was. Rie was wat dat betreft weinig gewend en liet zich intimideren. Hij vertelde hen wat hun te wachten stond en was zo enthousiast dat Rie er zelfs meer zin in kreeg. Assenhoff liet tekeningen zien van de woning en het stuk land dat ze zouden krijgen. Hij somde de huisraad op en dat was veel meer dan wat ze nu hadden. Bij het horen dat ze eventueel een koe kregen trok ze haar neus op. Moesten zij dan voor dat beest zorgen? Maar ook hier gaf Assenhoff een positieve draai aan en vertelde hoe heerlijk de melk was en wat ze allemaal met die melk kon doen, ze zou er kaas van kunnen maken. Het spinnen en weven noemde hij terloops. Hij wist dat het deze vrouw niet zou zinnen om dat werk te doen. Hij vertelde over de kinderen en bracht het zo dat het leek alsof zij veel werk uit handen zouden nemen. Rie zag zichzelf al lekker in een stoel zitten terwijl de kinderen het werk voor haar deden. Hendrik glimlachte, hij had door wat Assenhoff deed en was hem daar dankbaar voor. Met nadruk werd gesteld dat alcohol niet toegestaan was in Frederiksoord. 'Maar' zei hij opgewekt, 'daar heeft niemand met zo’n goed leven nog behoefte aan'. Zelfs Rie kon zich dat voorstellen. Daarna gaf hij hen de papieren mee die ze goed moesten doornemen alvorens die te ondertekenen. Binnen een week wilde hij de papieren terug hebben. Hij noemde de datum van vertrek en op welke tijd ze in de haven verwacht werden.
Rie was onder de indruk en liet geen tegengeluid horen. Hij gaf hen een adres van een kleermaker, ze konden op zijn kosten kleren laten maken voor de reis.
Op de terugweg praatte Rie honderduit, hoe goed ze het zou krijgen en dat ze mooie niéuwe kleren kreeg en dat ze daar amper wat hoefde te doen want de kinderen zouden alles voor haar doen…
Sijmen keek Hendrik eens aan en die knipoogde en haalde zijn schouders op. Hij was allang blij dat het gesprek goed verlopen was. Verder maakte hij zich weinig illusies wat Rie betrof. Gelukkig was daar geen drank te krijgen, daar zou hij geen last meer van ondervinden.
De verdere weken vertelde Rie aan iedereen die het horen wilde dat ze een mooi huis zou krijgen en pannen en dekens en een echt bed. Ze liep als een koningin door de straten en menigeen benijdde haar. Hendrik probeerde alles steeds opnieuw te relativeren en in de juiste proporties te plaatsen maar Rie wilde er niets van horen. Op het laatst leek het alsof ze in een kasteel ging wonen. Hendrik vertelde haar dat het huis één kamer had met een bedstee en een heel kleine, lage zolder. Dat de kinderen ook in die kamer moesten slapen en dat er wel gewerkt moest worden. Maar Rie wuifde zijn opmerkingen steeds weg. Maar het vooruitzicht had wel één voordeel, Rie gedroeg zich keurig, ze nam nog wel eens een Schiedammertje maar ze dronk er hooguit twee en daarna weigerde ze elk glaasje wat haar aangeboden werd. Hoe de mensen ook mopperden dat ze zo ongezellig deed en dat één glaasje toch niet uitmaakte, Rie weigerde pertinent. Zij wilde naar Frederiksoord, geen duizend paarden die haar daar weg konden houden.
Hendrik zag een glimp van de vrouw terug die hij gekozen had. Ze was weer opgewekt en huiselijk. ’s Avonds stond het eten klaar en ze verstelde hun oude goed. Hendrik begon zich weer te verheugen om thuis te komen. Eén maal vroeg ze hem zelfs of hij zijn vroegere leven niet vreselijk miste, hij was toch veel beter gewend. Ze vroeg het met zoveel mededogen dat Hendrik de tranen in zijn ogen voelde springen. Hij wuifde het luchtig weg en gaf als antwoord dat hij haar dan nooit ontmoet zou hebben. Het leek alsof de prettige beginjaren langzamerhand weer terug kwamen.
Greet en Sijmen leefden erg mee en hoopten dat het hen daar goed zou bevallen.
Toen de dag van vertrek aangekomen was stonden alle buren buiten om ze een goede reis te wensen en een mooi leven daar. Sijmen en Greet gingen mee naar de haven. Het deed Sijmen toch wel wat dat hij zijn zus waarschijnlijk nooit meer zou zien, maar dat kwam ook omdat ze de laatste weken erg vriendelijk en aardig was geweest.
Assemhoff had een koets geregeld, en gevieren stapten ze in onder de neerbuigende blikken van de koetsier. Het grote avontuur zou beginnen. Lies en Jan waren al twee dagen eerder vertrokken.

Geen opmerkingen: